Out of the (plastic) box

Ik heb een kennis, zo eentje die ‘no matter what’ altijd een kennis zal blijven. Ik noem hem even Thomas, want het gaat niet zozeer om hem maar om het gedachtengoed dat hij vertegenwoordigd.

Thomas was toevallig aanwezig op het moment dat ik met een groepje mensen in gesprek was over het probleem van de plastic soep en hoe dat uiteindelijk allemaal weer, letterlijk en figuurlijk, op ons eigen bord terugkomt. Ik kwam hierop omdat er deze week een alarmerend bericht van onderzoekers in de krant stond. Hun onderzoek naar de stand van de vislarven in de Donau bracht, als onverwachte bijvangst, aan het licht dat er meer plasticdeeltjes dan  visbroed in die rivier ‘zwemt’. Ze waren er niet naar op zoek, het maakte geen onderdeel van de onderzoeksopdracht uit, nee, ze werden er gewoon mee geconfronteerd en vonden het belangrijk genoeg om de noodklok te luiden.

Nu wisten we al dat er hele gebieden, zogenaamde gyres, in de oceanen zijn waar het werkelijk stikt van het plasic afval. Je moet wel van het type ‘de mens is nooit echt op de maan geweest, dat is allemaal in de studio opgenomen’ zijn om dit probleem te ontkennen. Ook meren ontspringen de dans niet, en wat het grootste probleem is dat –zodra die rommel in het water ligt en langzaam afbreekt in kleinere deeltjes en afzakt naar diepere wateren– er geen oplossing meer is om het alsnog op te ruimen.

De enige duurzame oplossing is om het probleem bij de bron aan te pakken: minder plastic gebruiken, cradle-to-cradle produceren en consumeren en het als asociaal zien om iets maar gewoon achteloos op straat of in de natuur te gooien. Tot die tijd moeten we proberen te voorkomen dat al dat zwerfafval dat er nog wel is, in het water terecht komt om daar vervolgens onderdeel te worden van de hiervoor beschreven plastic soep.

Er zijn wereldwijd verschillende groepen die, door actief zwerfafval te verzamelen, dit sluipende gevaar onder de aandacht van het grote publiek proberen te  brengen. Ze lopen daarmee een gerede kans om voor geestelijk gestoord aangezien te worden maar putten daar vooral kracht uit.

Maar goed, Thomas hoorde het verhaal meewarig aan en kwam al direct tot de conclusie dat ‘het probleem’ niet op te lossen was door het –hoe goed bedoeld ook– oprapen van het lokale afval. Want, zo redeneerde hij, al zou dat in de meest onwaarschijnlijke gedachte dat dat überhaupt in Nederland al zou gaan lukken, tot resultaat leiden, dan nóg zou dat voor de hele wereld maar een speldenprik of een druppel op de gloeiende plaat betekenen. Ja, Thomas houdt van metaforen en spreekwoorden en gezegdes. Al zijn eigen redeneringen worden onderbouwd met ‘blue ocean’-theorieën, ‘je moet het zien als een …’-versimpeldenkvormen, heel veel ‘omdenken’ en de onvermijdelijke ‘out-of-the-box’  theorie. Op zo’n moment weet je: deze discussie kun je niet winnen. Tegen deze draken legt iedere werkelijkheid het loodje. Want zelfs als je niks doet is dit weer erg ‘out-of-the-box’, want als je ‘out-of-the-box’ dénkt is het juist níet ‘out-of-the-box’ dóen weer heel erg ‘out-of-the-box’. U begrijpt, die discussietijd is beter te besteden.

Thomas’ conclusie was dat men het probleem zou moeten oplossen met nieuwe technologieën, want zo gaat dat met problemen: die worden uiteindelijk allemaal weer opgelost als het nijpend wordt.

Maar wat klopt er nu niet in deze redenatie? Ja, als ik een paar pet-flesje en drie plastic zakken per week van straat raap zal dat op zee niet tot significante verschillen leiden. Punt gemaakt met die druppel en die gloeiende plaat. Anderzijds: raap ik het níet op dan heeft dat ook geen negatieve effecten: 0-0 (of 1:1 voor de ‘halve fles vol’-denkers ;-)) dus.

OK, maar dan is het omgekeerde ook waar: ik gooi een blikje, flesje, tasje of iets anders in het bos en er gebeurt niks om je zorgen over te maken. ‘So far, so good’.

Ik weet niet of u wel eens buiten komt maar als ik daar ben krijg ik de indruk dat het op diverse plaatsen één grote vuilnisbelt is. Langs op- en afritten van wegen, bij bushaltes, langs fietsroutes, op stranden: overal ligt afval. Er ligt bijna zoveel dat je het niet meer ziet. ‘Door de bomen het bos niet meer zien’ zou Thomas zeggen. Maar wáár komt dat dan vandaan? Toch niet dat éne blikje van mij? Nee dat hadden we al weerlegd, toch?

Mmm, als ík het niet ben dan moeten al die anderen het gedaan hebben, want ja… die anderen zijn met veel meer dus dan tikt het ineens behoorlijk aan. Goed. Nou, probleem opgelost: die anderen doen dat, dus die anderen moeten het ook maar oplossen! En is  ‘die anderen’ niet een synoniem voor ‘men’? Ja toch. Nee… dat gaat wel goed komen want ‘men’ lost het wel op. Had Thomas tóch gelijk!
Niet híj, maar ik was de spreekwoordelijke ongelovige.

Heb ik u kunnen overtuigen?

Oh, gelukkig*!

*Gelukkig hebben we maar een kwart van de mensen nodig die er een gewoonte van maakt om één stuk zwerfafval per dag op te ruimen (en absoluut niet méér) om het acute probleem in korte tijd de wereld uit te helpen. En als die beweging ons aller denken en doen dan ook nog gaat beïnvloeden dan pakken we het probleem ook nog structureel, bij de bron, aan.

In de tussentijd behoort Thomas veilig tot de 75% meerderheid die aan de zijlijn blijft staan en lekker ‘out of the box’ gaan denken dat ‘men’ wel een oplossing voor de problemen bedenkt. Want we willen stiekem toch opgaan in de mainstream, de grote groep, de anonimiteit waarin we ons veilig wanen en we ons niet verantwoordelijk hoeven te voelen voor het individuele gedrag.