Categorie archief: Blog

Nieuwe piëzografie: Windpark Nijmegen-Betuwe

Momenteel wordt gewerkt aan de bouw van een windmolenpark langs de A15 bij Nijmegen. Uniek aan dit project is dat het park gefinancierd wordt door burgers van Nijmegen en omstreken. Dit inspireerde mij om deze grafiek te maken. Het leek mij een leuke manier om participanten van dit duurzame project de mogelijkheid te bieden om een zichtbare herinnering aan dit unieke initiatief aan de muur te hangen.

Meer info: https://at-hageve.com/werk/grafiek/windpark-nijmegen-betuwe/

Niet zo…

Als je, zoals ik, begaan met met de toekomst van onze Aarde krijgt het woord ‘duurzaam’ steeds minder lading. Natuurlijk, in het woordenboek staat onverminderd als betekenis “1 lang durend; weinig aan slijtage of bederf onderhevig; het milieu weinig belastend” maar in het dagelijkse leven wordt de term aan de lopende band misbruikt om consumenten het gevoel te geven goed bezig te zijn en daarmee een ongebreideld consumptiegedrag te stimuleren.
Zelfs een van de meest milieubelastende activiteiten –een vliegreis– wordt welhaast een groene daad door de CO2-compensatie die je in de vorm van bomenaanplant kunt afkopen. En je geweten is ook weer schoon.

Helaas zijn dit soort marketingtrucks vooral bedoeld om meer te consumeren en heeft het met échte duurzaamheid weinig gemeen.
Begrijp me goed: ik ben geen geitenwollensokkenazijnzeiker die iedereen zijn/haar plezier wil ontnemen. Ik geniet ook graag van aardse zaken, maar ik ben er ook van overtuigd dat we met z’n allen tot een maatschappij kunnen komen waarin we én kunnen genieten én voor een echte duurzame wereld kunnen zorgen. Wubbo Ockels was daarin een voorloper en voor mij een inspirator. Hij droomde van duurzame energie met vliegers, boten met zeilen en zonnepanelen, kortom niet minderen maar verbeteren; happy energy!

Genieten wordt pas écht genieten als we dat doen in de wetenschap dat ook generaties na ons dat genot mogen proeven, dat mensen die onder minder florissante omstandigheden op deze wereld gekomen zijn hun deel van dat genot kunnen ervaren en dat ook al het andere leven op aarde meegeniet.

Mijn manier om met duurzaamheid aan de slag te gaan noem ik ‘doenzaam’: ik doe dus vooral. En als je doet wordt het na verloop van tijd vanzelfsprekend. In de wetenschap noemen ze dat ‘gedragsverandering’. Zo hebben we met z’n allen ons gedrag al vele malen veranderd: niet roken binnenshuis, hondepoep opruimen op de stoep, helm op op de brommer, gordel om in de auto – we vinden dat nu allemaal normaal, maar ik kan me nog andere tijden heugen…

Gezond verstand, een beetje passie en vooral handen uit de mouwen, dan komt het allemaal goed. Doen!

Niet zo...

 

Piëzografie ‘Past – Present – Future’ gelanceerd

Tijdens de e-rally op 17 mei zijn de eerste twee gepersonaliseerde piëzo’s van at-hageve aangeboden aan e-pioniers Vincent Evers en Maarten Steinbuch.foto 1Vincent kennen we natuurlijk als gepassioneerd innovatie- en gadget-man die met ‘Leafplan’ een van de eerste EV-rijders van Nederland was. Nu is hij een gepassioneerd Tesla rijder.

Vincent Everts
Vincent Everts ontvangt zijn grafiek ‘Past – Present – Future’

Professor Steinbuch is hoogleraar mechanical engineering aan de TU in Eindhoven en een bevlogen inspirator van robotica en elektrisch vervoer.

Maarten Steinbuch
Maarten Steinbuch ontvangt zijn grafiek ‘Past – Present – Future’

Inmiddels is de verkoop gestart en kan iedereen die in het bezit wil komen van een unieke grafiek van de Tesla model S, al dan niet gepersonaliseerd, via deze website een exemplaar bestellen.

Wees er snel bij, want de oplage is beperkt!

Out of the (plastic) box

Ik heb een kennis, zo eentje die ‘no matter what’ altijd een kennis zal blijven. Ik noem hem even Thomas, want het gaat niet zozeer om hem maar om het gedachtengoed dat hij vertegenwoordigd.

Thomas was toevallig aanwezig op het moment dat ik met een groepje mensen in gesprek was over het probleem van de plastic soep en hoe dat uiteindelijk allemaal weer, letterlijk en figuurlijk, op ons eigen bord terugkomt. Ik kwam hierop omdat er deze week een alarmerend bericht van onderzoekers in de krant stond. Hun onderzoek naar de stand van de vislarven in de Donau bracht, als onverwachte bijvangst, aan het licht dat er meer plasticdeeltjes dan  visbroed in die rivier ‘zwemt’. Ze waren er niet naar op zoek, het maakte geen onderdeel van de onderzoeksopdracht uit, nee, ze werden er gewoon mee geconfronteerd en vonden het belangrijk genoeg om de noodklok te luiden.

Nu wisten we al dat er hele gebieden, zogenaamde gyres, in de oceanen zijn waar het werkelijk stikt van het plasic afval. Je moet wel van het type ‘de mens is nooit echt op de maan geweest, dat is allemaal in de studio opgenomen’ zijn om dit probleem te ontkennen. Ook meren ontspringen de dans niet, en wat het grootste probleem is dat –zodra die rommel in het water ligt en langzaam afbreekt in kleinere deeltjes en afzakt naar diepere wateren– er geen oplossing meer is om het alsnog op te ruimen.

De enige duurzame oplossing is om het probleem bij de bron aan te pakken: minder plastic gebruiken, cradle-to-cradle produceren en consumeren en het als asociaal zien om iets maar gewoon achteloos op straat of in de natuur te gooien. Tot die tijd moeten we proberen te voorkomen dat al dat zwerfafval dat er nog wel is, in het water terecht komt om daar vervolgens onderdeel te worden van de hiervoor beschreven plastic soep.

Er zijn wereldwijd verschillende groepen die, door actief zwerfafval te verzamelen, dit sluipende gevaar onder de aandacht van het grote publiek proberen te  brengen. Ze lopen daarmee een gerede kans om voor geestelijk gestoord aangezien te worden maar putten daar vooral kracht uit.

Maar goed, Thomas hoorde het verhaal meewarig aan en kwam al direct tot de conclusie dat ‘het probleem’ niet op te lossen was door het –hoe goed bedoeld ook– oprapen van het lokale afval. Want, zo redeneerde hij, al zou dat in de meest onwaarschijnlijke gedachte dat dat überhaupt in Nederland al zou gaan lukken, tot resultaat leiden, dan nóg zou dat voor de hele wereld maar een speldenprik of een druppel op de gloeiende plaat betekenen. Ja, Thomas houdt van metaforen en spreekwoorden en gezegdes. Al zijn eigen redeneringen worden onderbouwd met ‘blue ocean’-theorieën, ‘je moet het zien als een …’-versimpeldenkvormen, heel veel ‘omdenken’ en de onvermijdelijke ‘out-of-the-box’  theorie. Op zo’n moment weet je: deze discussie kun je niet winnen. Tegen deze draken legt iedere werkelijkheid het loodje. Want zelfs als je niks doet is dit weer erg ‘out-of-the-box’, want als je ‘out-of-the-box’ dénkt is het juist níet ‘out-of-the-box’ dóen weer heel erg ‘out-of-the-box’. U begrijpt, die discussietijd is beter te besteden.

Thomas’ conclusie was dat men het probleem zou moeten oplossen met nieuwe technologieën, want zo gaat dat met problemen: die worden uiteindelijk allemaal weer opgelost als het nijpend wordt.

Maar wat klopt er nu niet in deze redenatie? Ja, als ik een paar pet-flesje en drie plastic zakken per week van straat raap zal dat op zee niet tot significante verschillen leiden. Punt gemaakt met die druppel en die gloeiende plaat. Anderzijds: raap ik het níet op dan heeft dat ook geen negatieve effecten: 0-0 (of 1:1 voor de ‘halve fles vol’-denkers ;-)) dus.

OK, maar dan is het omgekeerde ook waar: ik gooi een blikje, flesje, tasje of iets anders in het bos en er gebeurt niks om je zorgen over te maken. ‘So far, so good’.

Ik weet niet of u wel eens buiten komt maar als ik daar ben krijg ik de indruk dat het op diverse plaatsen één grote vuilnisbelt is. Langs op- en afritten van wegen, bij bushaltes, langs fietsroutes, op stranden: overal ligt afval. Er ligt bijna zoveel dat je het niet meer ziet. ‘Door de bomen het bos niet meer zien’ zou Thomas zeggen. Maar wáár komt dat dan vandaan? Toch niet dat éne blikje van mij? Nee dat hadden we al weerlegd, toch?

Mmm, als ík het niet ben dan moeten al die anderen het gedaan hebben, want ja… die anderen zijn met veel meer dus dan tikt het ineens behoorlijk aan. Goed. Nou, probleem opgelost: die anderen doen dat, dus die anderen moeten het ook maar oplossen! En is  ‘die anderen’ niet een synoniem voor ‘men’? Ja toch. Nee… dat gaat wel goed komen want ‘men’ lost het wel op. Had Thomas tóch gelijk!
Niet híj, maar ik was de spreekwoordelijke ongelovige.

Heb ik u kunnen overtuigen?

Oh, gelukkig*!

*Gelukkig hebben we maar een kwart van de mensen nodig die er een gewoonte van maakt om één stuk zwerfafval per dag op te ruimen (en absoluut niet méér) om het acute probleem in korte tijd de wereld uit te helpen. En als die beweging ons aller denken en doen dan ook nog gaat beïnvloeden dan pakken we het probleem ook nog structureel, bij de bron, aan.

In de tussentijd behoort Thomas veilig tot de 75% meerderheid die aan de zijlijn blijft staan en lekker ‘out of the box’ gaan denken dat ‘men’ wel een oplossing voor de problemen bedenkt. Want we willen stiekem toch opgaan in de mainstream, de grote groep, de anonimiteit waarin we ons veilig wanen en we ons niet verantwoordelijk hoeven te voelen voor het individuele gedrag.

Ik had een droom

Ik had vannacht een vreemde droom. Ik zat plots in een of ander
radioprogramma achter een microfoon. Voor me had ik een door mij zelf geschreven lijstje en tegenover mij de presentator van dienst.
Ik had geen enkele herinnering hoe ik daar terechtkwam, geen rit ernaar toe, geen kennismaking. Nee, meteen live in de ether.

De interviewer stak meteen van wal:

Tegenover mij zit Henk Vrugt, twitterraars kennen hem als @hageve en hij is de bedenker van de hashtag ’zwerfie’. Hoe kwam je daar zo bij?

[Oeps, nu kwam het er op aan. Ik moest nu zo helder en bondig mogelijk mijn boodschap de wereld in helpen. Nou ja, boodschap? Had ik een boodschap…? OK, Henk, rustig aan, diep ademhalen…]

»Ach, weet je, het is maar een woordje. Het echte verhaal is de plastic soep. Het was kapitein ehh… [OK mijn briefje, van de zenuwen vergeet ik namelijk nogal eens wat] Charles Moore [pfew..] die de wereld in zijn TED-talk kennis liet maken met de gevolgen van onze wegwerpcultuur.
En het was pas nadat ik per toeval met Peter Smith en zijn stichting Klean in aanraking kwam dat ik deelgenoot werd van dit fenomeen. Stiksoep  heeft hier ook nog een rol in gehad, maar de volgorde ben ik een beetje kwijt.«
[Henk, stop, op het pad blijven, concentreren…]
»Als kind maakte ik me al zorgen over het milieu. Ik herinner mij nog scherp dat ik op een mooie herfsdag, op weg naar de ’lagere school’, mezelf zorgen maakte over de kans dat al die bomen en struiken op een gegeven moment NIET meer groen zouden worden in het voorjaar. Dat de natuur niet meer tot leven zou komen. En wat dán…«
[Nee Henk, niet zover afdwalen in de historie, denk aan de tijd en de boodschap…]
»Maar goed, via Peter kwam ik weer in contact met Anne van Dalen die gewoon afval wilde rapen, geen ’boodschap’ heeft maar ondertussen menigeen inspireert om net als Peter Smith niet te klagen (want dat loont echt absoluut niet) maar gewoon te doen.«
[Oh ik doe iedereen tekort met zo’n omschrijving, maar de klok tikt maar door…]

Interviewer onderbreekt: Ja, maar die hashtag?

[Wat zeurt die nou over die hashtag? BOODSCHAP man]
»
Nogmaals het is maar een woordje. Maar het werkt om een beweging in gang te zetten om een korte kreet, een ’yell’ voor mijn part, te bedenken waarmee iedereen een ander kan motiveren om ook mee te doen.
Kijk, ik begon begin 2013 met het rapen van zwerfplastic. Ik denk dat dat het allergrootste probleem is: plasic vergaat heel langzaam en komt via de micro-organismen en de voedselketen steeds meer in ons voedsel terecht. Ook raken dieren verstrikt, sterven of raken misvormd door dat plastic. Je vindt op het internet schrijnende voorbeelden.«
[Henk nou niet te sentimenteel gaan doen, werkt op veel mensen averechts…]
»Maar goed, je voelt je toch een beetje een eenzame gek; als je iets op straat gooit loopt iedereen achteloos aan je voorbij, maar als je het ópraapt krijg je ineens vreemde blikken. Die schroom moet je toch wel behoorlijk overwinnen. Als je dan via de social media ontdekt dat je helemaal niet zo alleen staat in je strijd tegen dat afval, dan is dat een enorme oppepper: ’Ik ben toch niet (zo) gék’.
Al een jaar lang verspreidde ik wekelijks een foto van een flinke plastic tas vol plastic afval en dat werd door een kleine groep volgers gezien en zo af en toe geretweeted« [gelukkig is dit radio en geen blog, want volgens mij klopt hier helemaal geen reet, eh sorry, niks van, taalkundig gezien…]
»Na een jaar voelde ik wel dat deze route eindig is. En als vormgever/reclameman, want dat is mijn dagelijkse professie, loop je altijd maar te malen (we noemen dat onder mekaar ’brainstormen’) over teksten en beelden. En toen, op 6 februari om vijf minuten voor één, stond ik met mijn smartphone en een stuk zwerfafval op straat en viel het woord zo mijn gedachten binnen:

ZWERFIE.

Foto van jezelf mét een stuk zwerfafval à la ’selfie’ en twitteren maar.
zwerfie_1Zo, nu hadden mijn volgers iets om even over te grinniken en misschien wel te retweeten. Of, en dat leek me waarschijnlijker, vloog deze tweet de oneindige ruimte van internet in om tot sint juttemis niks en niemand meer van dienst te zijn.

Maar iets waar ik helemaal nooit op gerekend had gebeurde.
De tweet werd door twitteraars opgepakt en gretig verspreidt en er ontstond een heuse beweging.
Een van de eerste reacties was van Else Boutkan die mij een cryptisch bericht stuurde over een ’lone nutter’ en een ’movement’. Na wat zoeken vond ik, alweer, een TED filmpje van ene eh
[Briefje, Henk…waar staat het nou…zoekenzoekenzoeken]
… eh… Derek Sivers die met een filmpje van 3 minuten laat zien hoe zoiets werkt.«

Ja interessant Henk, onderbreekt de interviewer me weer, nog één laatste vraag:

[Ojee, op mijn briefje staat nog van alles waarvan ik vermoed dat ik dat in het antwoord op die ’nog één laatste vraag’ nooit meer te berde kan brengen. Het Flipboard magazine van Martin Pronk, hoe we even ’trending’ waren, Sonja van Vuren die de beweging mede ’in beweging’ houdt, de 5 gyres in de oceanen eh…eh…eh…….]

Als mensen door dit verhaal geïnteresseerd zijn geworden, wat zou je hen dan willen zeggen?

[KLABAMMMM! daar is het moment: de Boodschap in één volzin, vlak voor de nieuwsuitzending met onderwerpen over alle andere ellende in de wereld en het onvermijdelijke reclameblok waarin we hoogstwaarschijnlijk weer verleid worden om nóg meer onnutte dingen in plastic wegwerpverpakking –omdat we dan pas écht gelukkig worden– te kopen.]

»Eh…eh…«

Met ’n schok en badend in het zweet word ik wakker (want zo lopen die verhaaltjes namelijk altíjd af). De wekker staat op 7 uur en er wacht weer ’a day at the office’.
Wat droomde ik nu allemaal. Ik, in een studio? Alleen de gedachte al… Laat mij nu maar gewoon duurzaam doen waar ik goed in ben. En als ik, mij gesteund voelend door een steeds groter groeiende schare ’zwerfies’, mijn dagelijkse rondje zwerfafval rapen kan blijven doen, ben ik een gelukkig mens.

Enneh: voor het antwoord op die laatste vraag ben je hier aan het juiste adres.
En als je je daardoor niet kunt laten verleiden mee te doen (wat heel jammer zou zijn!) zou je tenminste de petitie kunnen tekenen om statiegeld op flessen te behouden en uit te breiden naar kleine flesjes en blikjes op www.echteheld.nl/

‘Zwerfie’

IMG_3637_128x256pixIn 2014 ben ik de hashtag #zwerfie gaan gebruiken in mijn tweets. Een zwerfie is een variant op de selfie: een foto van jezelf maar dan met een stuk zwerfafval. Op die manier wordt zwerfafval opruimen een gezamenlijke actie waarbij je elkaar met zwerfies motiveert om door te gaan en anderen inspireert om ook mee te  doen.

Het hele principe van het op deze wijze opzetten van een beweging wordt mooi geïllustreerd in deze presentatie van Derek Sivers: http://sivers.org/dancingguy

Zwerfie_hv